Het Bergboezem bij het Lettelberterdiep


In 2002 is ten zuiden van Enumatil een gebied van 100 hectare grasland geschikt gemaakt als opvang voor water uit het Lettelberterdiep. Dit was een eerste maatregel om iets te doen aan de hoge waterstanden in de boezem, die in 1998 bijna tot overstromingen leidden.

De kade om dit bergboezem werd voor een deel aangelegd met grond die ter plekke afgegraven werd. Hierdoor ontstonden twee ondiepe meertjes in het gebied. In het zuidelijke meer bleef een eiland over, waar nu jaarlijks een paar honderd Kokmeeuwen, enkele Visdieven en een paar ganzen broeden. Een paar jaar lang broedde hier ook een Zwartkopmeeuw.

De meertjes trekken in voor- en najaar veel steltlopers aan. Soorten als Grutto, Watersnip, Kemphaan, Oeverloper en Kleine Plevier zijn er dan, soms in grote aantallen, te vinden.
's Winters zijn het eenden en ganzen die gebruik maken van het gebied. Eenden (vooral Smient en Wintertaling) op het water, ganzen vooral foeragerend in de omgeving. Veel van de graslanden naast het Bergboezem zijn aangewezen als ganzenfoerageer-gebieden. In dit jaargetijde is er ook meestal wel minstens één Grote Zilverreiger te zien in het gebied.
Meest bijzondere gasten in het Bergboezem zijn de Lepelaars. In de nazomer (vanaf eind juni) zijn er vaak een aantal te vinden aan de rand van het zuidelijke meertje.

Het Bergboezem hoort officieel niet bij De Onlanden, maar het ligt er wel vlak boven en heeft dezelfde natte natuur. Vogels maken geen onderscheid tussen de gebieden en voor andere dieren is er een faunapassage langs het Lettelberterdiep, onder de A7 door.