de Brandgans

De soort

De Brandgans (Branta leucopsis) hoort bij de zogenaamde 'zwarte' ganzen, waartoe ook de Rotgans en de Canadese Gans behoren. Het verenkleed is zwart, grijs en wit. Kenmerkend voor de Brandgans zijn de zwarte nek met contrasterende witte kop (met het kleine snaveltje) en de grijze rug. Het is een wat kleinere gans dan de Kolgans, met wie hij in De Onlanden vaak samen gezien wordt.
In de lucht is de Brandgans door de witte buik makkelijk te herkennen. Ook de roep is dan onmiskenbaar en maakt herkenning makkelijk. Het 'kef-kef-kef'-geluid valt ook tussen de roepende Kolganzen in een gemengde groep goed te onderscheiden. Op de grond zijn Brandganzen tamelijk stil.











Overwinteren in De Onlanden

De meeste Brandganzen die in Nederland overwinteren verblijven in Friesland, op de Groningse kwelders of in de Zeeuwse Delta. Daar kunnen groepen van vele duizenden Brandganzen gezien worden op de graslanden en akkers.
In De Onlanden worden tot voor kort elke winter maximaal enkele honderden Brandganzen geteld. Sinds de inrichting van De Onlanden als waterberging nemen de aantallen flink toe, tot soms enkele duizenden. Of dit samenhangt met de vernatting van het gebied of dat er andere factoren meespelen is niet duidelijk. Meestal foerageren de Brandganzen samen met de veel grotere groepen Kolganzen, maar hier en daar zijn ook groepen te zien die vrijwel geheel uit Brandganzen bestaan. Waarschijnlijk gebruiken de Brandganzen, net als de Kolganzen, het Onlandengebied vooral als tussenstop onderweg van de ene overwinteringsplek naar de andere.