In de winterperiode is het Onlandengebied belangrijk voor een aantal soorten ganzen en eenden.
Vooral Kolganzen en
Brandganzen gebruiken het gebied om voedsel te zoeken en ook wel om er te slapen.
Daarnaast komen er verspreid over de verschillende wateren in De Onlanden ook veel Smienten voor.
Kolgans, Brandgans en Smient zijn doelsoorten voor het Natura2000-gebied Leekstermeergebied, dat onderdeel is van De Onlanden.
In en rond De Onlanden zijn door de provincies speciale foerageergebieden aangewezen voor deze doelsoorten.
Meer informatie over de soorten is te vinden hierboven op de naam te klikken. Informatie over de foerageergebieden staat hieronder.
Grazende ganzen kunnen veel 'schade' veroorzaken aan graslanden. Boeren verjagen daarom de ganzen van hun land.
De ganzen krijgen zo te weinig rust en eten.
In 2004 is daarom door de Nederlandse overheid bepaald dat er in ons land 80.000 ha landelijk gebied
moest worden aangewezen als foerageergebied voor overwinterende ganzen.
Elke provincie kreeg, naar rato van het aantal ganzen dat daar 's winters verblijft, een deel van deze 80.000 ha toegewezen.
In 2005 hebben alle provincies een gebiedsplan gemaakt, waarin ze de foerageergebieden vaststelden.
Ook in de omgeving van het Leekstermeer zijn door de provincies Drenthe en Groningen
foerageergebieden voor Kolgans en Grauwe Gans aangewezen.
Op de kaart hiernaast
(aanklikbaar voor grotere versie, gemaakt door Jeroen Nienhuis) is de ligging van deze gebieden te zien.
Binnen de foerageergebieden mogen de ganzen niet verjaagd worden als ze daar grazen.
Buiten deze gebieden mogen de boeren dat wel doen.
Men hoopte dat de ganzen snel door zouden hebben waar ze met rust gelaten worden en deze plekken dan bij voorkeur op zouden zoeken.
Zo kon enerszijds de schade, die door grazende ganzen veroorzaakt wordt, beperkt worden en
anderszijds de ganzen een rustig foerageergebied gegeven worden.
De boeren krijgen een vergoeding voor vraatschade aan de weilanden die aangewezen zijn als foerageergebied.
Daarnaast kunnen ze, op vrijwillige basis, Beheersovereenkomsten afsluiten waarbij ze een extra vergoeding krijgen als ze het voor de ganzen
aantrekkelijker maken om op hun land te komen grazen.
Ze kunnen dan bijvoorbeeld een snee gras voor de ganzen laten staan.
Het succes van de foerageergebieden staat of valt met het uitkomen van de hierboven genoemde voorwaarden.
Ten eerste het nakomen van de afspraak dat de ganzen ín
de foerageergebieden met rust worden gelaten. Dit moet dan ook goed in de gaten worden gehouden.
Daarnaast moeten de ganzen na verloop van tijd ook inderdaad alleen nog in de foerageergebieden zitten,
anders blijft er daarbuiten schade aan graslanden optreden.
Een evaluatie van het effect van de foerageergebieden, door Alterra in 2009, laat zien dat nog steeds een groot
deel van de ganzen buiten de foerageergebieden naar voedsel zoekt.
Momenteel wordt onderzocht hoe er verder gegaan moet worden met dit beleid.
Het zou kunnen zijn dat de foerageergebieden, met de regeling voor deelnemende boeren, weer afgeschaft worden.
Naar boven.