De Onlanden voor de herinrichting


Tot de herinrichting als waterberging was De Onlanden een veenweidegebied, gekenmerkt door veelal kleinschalige, natte graslanden. Het laagveengebied viel onder de EHS, maar grote stukken van het gebied waren nog bij boeren in eigendom. Aankoop van grond door natuurbeheerders, Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten, verliep moeizaam. Het gebruik van het land door boeren en natuurbeheerders was extensief. De weke grond maakte bewerking met machines vaak lastig. Het natuurbeheer was gericht op verschraling door beweiding, maaien en stoppen met bemesten. Rond het Leekstermeer liepen 's zomers schapen en paarden te grazen. In de Peizermaden waren vooral Limousine koeien te vinden. Aan het eind van de zomer werden grote delen van het gebied gemaaid.

Door het toegepaste beheer waren in de loop der jaren veel weiden verruigd met Pitrus en hoge grassen. Dit gaf het gebied een rommelige en verwaarloosde aanblik. Toch was er veel moois te vinden aan natuur en historisch landschap. De bloeiende weiden met grote insectenrijkdom waren ideaal voor Kwartelkoning. De ruigtes en opslag van struiken boden onderdak aan Blauwborst en Sprinkhaanzanger, terwijl de kilometers slootlengte leefplek was van grote aantallen kikkers, vissen en libellenlarven. In de winter waren er veel Kolganzen en Smienten te vinden in de weiden en op het water in het gebied.

Het veenweidelandschap met z'n lange, smalle kavels was in de loop van de eeuwen door ontginning vanuit de omliggende dorpen (Peize, Eelde, Roderwolde) ontstaan. De verkaveling liet zien dat dit niet altijd langs logische lijnen ging. Vooral in de Matslootpolder maakte men er een onoverzichtelijk geheel van. De naam 'het Doolhof' voor een gedeelte langs de Onlandse Dijk gaf dit duidelijk aan.

Enkele wegen in het Onlandengebied lagen er ook al honderden jaren. De Drentse Dijk bijvoorbeeld
of de Roderwolderdijk. Deze laatste behoorde tot de oudste, nog bestaande zandwegen in Drenthe.

In De Onlanden waren hier en daar Veenterpen zichtbaar, overblijfselen van bewoning in de Middeleeuwen. Hoog waren de terpen niet. Vaak waren ze alleen te herkennen aan de andere vegetatie die er groeide.

Meer informatie over het wel en wee van De Onlanden voor en tijdens de herinrichting staat te lezen in
de halfjaarlijkse Nieuwsbrieven, die vanaf 2005 verschenen zijn.