de Kolgans

De soort

De Kolgans (Anser albifrons) hoort bij de zogenaamde 'grauwe' ganzen. Dat wil zeggen dat de vogel een voornamelijk grijs verenkleed heeft. De Kolgans is makkelijk te onderscheiden van de meeste andere ganzensoorten in deze groep. De volwassen vogels hebben namelijk een duidelijke witte band rond de snavelbasis (de 'kol'). Alleen de Dwerggans (Anser erythropus) heeft ook zo'n witte band, maar die loopt bij deze soort meestal verder door over het voorhoofd. Verder is de Dwerggans een slag kleiner dan de Kolgans en heeft hij meestal een gele ring om het oog.
Een ander duidelijk kenmerk van de Kolgans zijn de donkere dwarsbanden op de lichte buik en borst. Verder heeft de Kolgans oranje poten en een roze snavel.
De roep van Kolganzen is ook zeer kenmerkend, maar deze laat zich moeilijk omschrijven. Het geluid is hoger en minder nasaal dan van de andere grauwe ganzen. Het meest herkenbare geluid, dat vaak gebruikt wordt als contactroep in de vlucht, klinkt ongeveer als een snel en hoog "klwie-oe-ie".
Jonge Kolganzen missen de witte band aan de snavelbasis en de donkere banden op de onderzijde. De jongen blijven het eerste jaar nog bij de ouders in een familiegroep. Deze families zijn in het veld, ook in groepen van duizenden ganzen, vaak goed te herkennen.
De Groenlandse Kolgans (Anser albifrons flavirostris) is een ondersoort die (inderdaad) op Groenland broedt en voornamelijk in Schotland en Ierland overwintert. In Nederland worden regelmatig kleine aantallen gezien. Deze ondersoort is iets groter dan de gewone Kolgans, heeft een grotere, oranje snavel en wat bredere donkere banden op de buik.
Ook bij Kolganzen komen soms albino's of leucystische vogels voor. Deze vogels zijn dan geheel of gedeeltelijk wit of caramel-kleurig. Verwarring met andere soorten (Sneeuwgans) is dan mogelijk.

De jaarlijkse migratie

De wereldpopulatie van de Kolgans wordt momenteel geschat op ruim 1 miljoen exemplaren. Van deze populatie overwintert het grootste deel, namelijk zo'n 800.000 Kolganzen, in Nederland. Maar ook in de andere landen van west-Europa, tot in Schotland, komen 's winters Kolganzen voor. Daarnaast zijn er in zuidoost-Europa nog een aantal belangrijke overwinteringsgebieden.
De Kolganzen broeden echter op de Siberische toendra's. Hier arriveren ze na een vlucht van 2200-3800 km vanuit de overwinteringsgebieden. Kolganzen vormen een paarband voor het leven en wie nog geen partner had, heeft er in de overwinteringsgebieden een gekozen. Er wordt dan ook meteen begonnen met broeden, om te proberen in de korte poolzomer jongen groot te brengen. Dit lukt niet altijd even goed. Gemiddeld is slechts 30 % van de Kolganzen die in de herfst uit de broedgebieden vertrekken een jong. Dat is dus 1 jong per broedpaar.
Er wordt veel onderzoek gedaan aan de trekroutes van de Kolganzen. Dit gebeurt door ganzen te vangen en te voorzien van een nekring met code. Deze code kan in het veld met een verrekijker worden afgelezen. De ganzen zijn hierdoor individueel herkenbaar en dus te volgen op hun omzwervingen. Zo kunnen de trekroutes van verschillende populaties bepaald worden. Ook de verplaatsing van de Kolganzen binnen de overwinteringsgebieden kan zo bestudeerd worden. Wie meer wil weten over dit onderzoek kan op de contact/links-pagina een website vinden met veel informatie.

Naar boven.

Overwinteren in De Onlanden

Bij het Leekstermeer overwinteren al lange tijd Kolganzen. Tot 1974 waren dat kleine groepjes van nog geen 100 ganzen. Daarna werden de omstandigheden gunstiger en kwamen er meer en meer ganzen. In 1974 werden er 1500 geteld, in 1978 al meer dan 5000. Hoogtepunt van de Kolganzenaantallen rond het Leekstermeer lag midden jaren 80, toen er tienduizenden ganzen overwinterden. Momenteel liggen de maximumaantallen veel lager. Meestal zo rond de 5000 Kolganzen, al wil het aantal nog wel eens uitschieten naar 10.000. Het verloop van de aantallen in De Onlanden staat hier in twee grafieken weergegeven. Overigens verblijven er tussen de Kolganzen ook steeds grotere aantallen Brandganzen. En wie goed speurt in de grazende groepen kan ook nog een enkele familie Toendrarietgans, of zelfs een Roodhalsgans of Rotgans ontdekken.
De ganzen gebruiken de meest natte delen van De Onlanden als slaapplaats. Hier zijn ze veilig voor de vos, hun belangrijkste belager. Overdag grazen de ganzen in grote groepen in de weilanden in De Onlanden en in de wijde omgeving daarvan.
Kolganzen leven over het algemeen uitsluitend van gras. Ze kunnen dit niet zo goed verteren als koeien dat doen. Ganzenkeutels bestaan voor een groot deel uit onverteerd gras. Omdat ze slechts weinig voedingsstoffen uit het gras halen moeten de Kolganzen de hele dag blijven eten om voldoende voedsel binnen te krijgen. Tegen het voorjaar moeten ze dan ook nog vetreserves aanleggen voor de lange reis naar de broedgebieden. Het is daarom belangrijk dat ze niet verstoord worden tijdens het foerageren, zodat geen tijd en energie verloren gaat met rondvliegen. Die bescherming tegen verstoring kan geboden worden in het Natura 2000-gebied en in de aangewezen foerageergebieden.

Naar boven.