de Peizerweering


Dit was n van de meest verruigde delen van De Onlanden. Door het extensieve beheer, in combinatie met te lage waterstanden, heeft in het verleden de Pitrus alle kans gekregen zich te ontwikkelen. Dit is vooral in het zuidelijke deel te zien.
Bij de inrichting als waterberging en moeras is het gebied in tween gedeeld.

Ten oosten van de Weeringse Dijk is langs het Eelderdiep een groot deel van de ruigte geplagd. Het water van het diepje komt hierdoor ver het gebied in en er kan zich nieuwe vegetatie ontwikkelen. Het Eelderdiep is nu aan de noordkant via een slenk verbonden met het Langmameer. Het waterpeil in het Eelderdiep wordt hoog gehouden door een stuw, die te zien is vanaf de brug in de Weeringse Dijk. Een vistrap maakt migratie van beekvissen mogelijk.
Het zeer hoge waterpeil in dit deel van de Peizerweering trekt veel moerasvogels aan, zoals Roerdomp, Porseleinhoen, Lepelaar en Grote Zilverreiger.

Het gebied ten westen van de Weeringse Dijk krijgt een aparte behandeling. Hier ligt namelijk een Archeologisch Rijksmonument. Het gebied is bezaaid met Veenterpen, al valt daar niet veel van te zien. Deze terpen mogen best onder water komen te staan (dat is voor hun behoud zelfs gunstig), maar er mag geen Riet of ander spul met diepe wortels (zoals bomen) op gaan groeien. Dat zou de bodemstructuur te veel verstoren, waardoor op den duur de archeologische informatie verloren gaat. Het gebied is dus wel vernat, maar er blijft onderhoud mogelijk.