Smienten



De soort

De Smient (Anas penelope) hoort bij de grondelende eenden. Hij is dus verwant aan bijvoorbeeld de Wilde Eend en Wintertaling. Qua grootte zit hij tussen deze twee verwanten in. Zoals bij de meeste eendensoorten lijken man en vrouw Smient totaal niet op elkaar. Het vrouwtje is tamelijk saai van uiterlijk (hoewel niet zo saai als bij de meeste andere soorten). Het mannetje valt op door de rode kop, met creme-kleurige kruinstreep, de zwarte kont en de fijn-gebandeerde (en daardoor grijs lijkende) rug en flankveren. In vlucht hebben man en vrouw beide grote witte vlakken op de bovenzijde van de armvleugel, waardoor ze makkelijk te herkennen zijn.
Het meest kenmerkende voor de Smient is echter het geluid. Meestal hoor je al van ver dat ergens Smienten zitten door het luide 'Piew-piew'. In het duits heet de Smient daarom Pfeifente.














Overwinteren in De Onlanden

Smienten zijn tussen oktober en april op de grotere wateren in De Onlanden te vinden. Vooral op de slenken in het Matslootgebied en op de Gouw en het Eelderdiep in de Peizermaden laten ze zich vaak goed bekijken. Overdag rusten de Smienten op het veilige water. Ze komen hooguit kort aan land om op de oevers te eten. 's Nachts zoeken de eenden de weilanden op om te gaan eten. Ze kunnen behoorlijke afstanden vliegen naar goede voedselplekken. Hun gefluit is dan te horen als ze in het donker over komen vliegen.

Het aantal Smienten in De Onlanden is lastig vast te stellen, omdat ze zo verspreid in het gebied zitten. Waarschijnlijk zijn het er tegenwoordig hooguit enkele duizenden. Tot een paar jaar geleden zaten er op het Leekstermeer vaak zo'n 4000 Smienten. Nu zijn er hier meestal maar een paar honderd te vinden. Wat de oorzaak is van deze achteruitgang is niet helemaal duidelijk.