de Zuidwesthoek


De polders die ten zuidwesten van het Leekstermeer liggen (Jarrens, Middelvennen en Bolmert) zijn ook als waterberging ingericht. De grond van de polders is voor een groot deel afgeplagd. Met deze grond zijn de dijken om het gebied aangelegd. Ook zijn de sloten deels gedempt. Op twee plaatsen is een gat gemaakt in de dijk tussen de Bolmert en het Leekstermeer. Het water van het meer kan, via de Bolmert en Middelvennen, tot in de Jarrens stromen. Zo staat al het water in de berging dus rechtstreeks in verbinding met het Leekstermeer en volgt het waterpeil steeds het peil in het meer.
Het grootste deel van het gebied is permanent nat geworden, met grote wateroppervlakken. Een klein deel is, bij normale waterstanden, drassig of blijft droog. De grote plassen trekken veel vogels aan, vooral rustende eenden en ganzen. Maar ook foerageren er regelmatig flinke aantallen Grote Zilverreigers en, in de trektijd, Visarenden en verschillende soorten sterns. In de Middelvennen staan in de nazomer vaak tientallen Lepelaars te rusten.

De Es van Leutingewolde ligt buiten het waterbergingsgebied. De vruchtbare grond van dit weidegebied trekt altijd veel eters. Ganzen, meeuwen, Kieviten en Spreeuwen scharrelen er hun kostje bij elkaar.